Ferm ongemakkelijk

Ah… Ik was niet van plan om hier nog te schrijven, maar verhalen blijven komen en dit verhaal kriebelt me in de vingers.
Ik bekeek onlangs het gesprek met Wannes Cappelle bij Zwijgen Is Geen Optie waarin Wannes zijn interpretatie gaf van de woorden “ontferm u”, namelijk: maak uzelf ne keer minder ferm. Wat is dat toch met ons mensen dat wij onszelf altijd beter, sterker, stoerder, en blijkbaar ook minder ongemakkelijk – daar kom ik dadelijk op terug – willen voordoen? Ik kon het helemaal volgen, schreef het op in mijn dagboek, maakte er een theekening over en zei tegen mezelf dat ik mezelf hier regelmatig aan ging herinneren.
Het moment van herinnering vond zojuist plaats.
Ik ken veel gezichten in de stad en veel gezichten kennen mij. Vaak begint dat met een vage herkenning, een kort knikje dat evengoed kan overkomen als een beweging die je maakt wanneer je een klein elektrisch schokje voelt van een zenuw in je nek die heel kort gekneld zit, zodat bij geen reactie je ook gewoon kan doen alsof je een elektrisch schokje voelde van een zenuw in je nek die heel kort gekneld zat en je niet die aap was die net gedag knikte naar een totaal onbekende. In een volgend stadium wordt dat een duidelijkere knik, soms met een glimlach of zelfs met oogcontact. Later kan het ook een klein zwaaitje worden, dat in eerste instantie lijkt op een kleine test of er een carpaal tunnelsyndroom op komst zou kunnen zijn. Wat daarop volgt, is de full-on zwaai, mijn favoriet. Ik heb zo mijn vaste zwaaiplekjes in de stad, waarover ik ook al eerder schreef op dit platform.
Met de persoon waar ik het vandaag over heb, zat ik in de voorlaatste fase, de carpaal-tunnel-zwaai, nog heel voorzichtig, maar wel beleefd: “als jij je pols checkt, dan doe ik hetzelfde, want we zijn vriendelijk voor elkaar van op afstand.” Tot vanmorgen! Ik liep in zo’n brede winkelwandelstraat, zoals die steeds vaker voorkomen in de stad (met dank aan mijn vrienden van de dienst Mobiliteit), toen ik plots zag dat die ene man die ik wel eens gezien had in mijn stamcafé toen dat nog open was bijna naast me liep. Het is moeilijk zwaaien naar iemand naast je die recht voor zich kijkt, moet iets in mijn onderbewuste gedacht hebben. “HEY!!” riep ik. We schrokken er allebei even hard van. We deden ook allebei even hard alsof we hier niet van geschrokken waren. Wat volgde was een enorm ongemakkelijk gesprek tussen twee personen die elkaar helemaal niet kennen, maar deden alsof dat wel het geval was en alsof dit alles supernormaal was. Alsof we tegen elkaar liepen te zeggen: “Ik vind dit totaal niet ongemakkelijk hoor, jij wel?” waarop de ander dan reageerde: “Neehee helemaaal, echt nog minder ongemakkelijk dan dat jij niet ongemakkelijk bent nu.” Maar dat zeiden we dan met andere woorden, zoals: “Kan jij je wat bezighouden?” en “Woon je ook ergens in de buurt hier of zo?” Allebei even ferm. Ferm ongemakkelijk. Tot hij uiteindelijk zei: “Ja ik moet hier naar rechts, fijne dag nog hé!” waarop ik antwoordde: “Ah ja goed, want ik moet hier naar links.” En ik sloeg een straat vroeger in dan dat ik eigenlijk moest, maar hee, ik ging toch niet rechtdoor blijven gaan terwijl hij naar links ging?! Hallo zeg! Wie denk je wel dat ik ben?
Oh Wannes, er is nog werk aan…  

Haiku V en een klein verhaaltje erbij (of andersom)

Zwaaiend door de stad. Joris Hessels maakte er een programma over, ik had dat ook kunnen doen, bedenk ik me nu. Mijn (bijna) dagelijkse lichaamsbeweging bestaat uit een wandelingetje waarbij mijn hoofd en handen alle kanten uit draaien en zwaaien. Ik vind het leuk om buiten te komen en tegen iedereen “goeiendag” te zeggen. Zeker in tijden zoals deze; een talent voor enthousiast gewuif was zelden zo gewaardeerd.
Gisteren zwaaide ik tijdens mijn avondwandelingetje naar de Engelse muzikant Ed. Er volgde een babbeltje. Hij vertelde hoe hij enkele weken geleden geld had verdiend door op straat te spelen en nergens met zijn geld terecht kon, want cash was “besmet”. Elke hamburgerzaak in Antwerpen had hij gedaan, en nergens kon hij betalen met dat muntstuk van twee dat niet zo lang geleden nog in ’t groot op de eurodeals-reclameposters stond afgebeeld.
We stonden te praten op een plek vlakbij mijn favoriete café in Antwerpen, en toevallig passeerde de eigenaar. Mijn arm schoot in de lucht nog voor ik erover kon denken, hij knikte beleefd, wat ingetogen terug. Ed lachte: “You know all the boys, don’t you?” Ik moest ook lachen en antwoordde gespeeld: “I know them all.”

Terug thuis maakte ik onderstaande haiku over dit avontuur.

IMGP2631

Haiku IV

thee op het matje
herinnering of verhaal
let things come to you

IMGP2600

Omdat ik soms op het matje word geroepen door de thee in mijn kop(je).

Oh; onder de categorie faits divers, nu mijn oog erop valt, boodschap aan mijn vader: ik heb dus nieuwe confituur gekocht bij de Carrefour.

Vrouwtje Theelepel

Dag lieve lezer

We zijn nogal onszelf tegenwoordig, vind je niet?
Of vind je net dat we helemaal iemand anders zijn?
Wie zijn we wanneer zowat alles rondom ons stilvalt, platligt, wanneer ons vreemde geboden en verboden worden opgelegd? Wat doe je wanneer je bang bent, wanneer de wereld angstig is, wanneer je geen vriend of vriendin kan vragen om je even te knuffelen?
Ja, verandering van perspectief geeft het wel.
Het is allemaal zo intens ook, alsof we soms karikaturen zijn van onze kleine kantjes (denk: hamsteraars, party people, kluizenaars), terwijl we op andere momenten toch zo kunnen genieten van de kleine dingen en de positieve blik toont hoeveel aangenamer het is om in slow motion boodschappen te doen. Dat alles maakt het moeilijk om te schrijven, vind ik. Ik kan schrijven voor mezelf, maar het houdt me tegen om te schrijven voor anderen; hier. Die donkere dagen onder woorden brengen voor breder publiek is moeilijk, maar door enkel de leuke verhaaltjes voor bij de thee te delen, zou ik een beeld van mezelf de wereld insturen dat niet klopt.
Waar woorden al eens tekort schieten, daar kan een beeld spreken of beroep doen op het projectieve vermogen van de kijker. Deze maand (mei) “challenge” ik mezelf om elke dag een theelepel-zelfpotret te maken dat voor mij klopt met hoe ik me voel, wie ik vandaag ben. Allee, gisteren en de dagen daarvoor, want die van vandaag moet ik nog maken.
De eerste veertien, deel ik alvast graag; the good, the bad and the ugly. Het leven zoals het iris.

Laat me gerust weten hoe het met jou gaat.
Goeie moed, lieve lezer!

Zine

Ik las gisteren een heel fijn artikel, geschreven door Malaka Gharib, over wat er gebeurt met mensen wanneer ze creatief bezig zijn. Alleen maar goeie dingen!! Ik (en Malaka blijkbaar ook) kan het alleen maar aanraden aan mensen die door omstandigheden wat extra tijd thuis doorbrengen, en eigenlijk ook aan iedereen anders. Kunst maken (mag ook met een kleine k) houdt ons gezond, laat ons verbinding maken met onszelf en anderen, maakt ons hoopvol en vrolijk, vermindert stress, en geeft een veilige ruimte om iets te doen met alles wat me voelen.
Het artikel prikkelde me zo, dat ik verder op zoek ging naar de schrijfster ervan en ik was vooral benieuwd naar de mini-zines die ze maakt in de twintig minuten op de weg van haar werk naar huis. Die vond ik op haar instagram-pagina en dat wilde ik ook!! Op twintig minuutjes tijd maakte is onderstaand kunstwerkje (met kleine k, maar met veel plezier).

Nieuwtje

Ik heb mij eens laten vertellen dat de Oude Mexicanen geloofden dat emoties opgeslagen worden in de haren van een persoon. Een overgangsritueel daar ging gepaard met een kapbeurt. Ik vind het altijd leuk als mensen me zo’n dingen vertellen. Los van hoe historisch correct dat al dan niet is, neem ik dat soort verhalen graag mee in mijn dagelijkse leven. Het is toch ook opvallend hoe een nieuwe start of een oude breuk vaak leiden tot een andere coupe. De make-over begint vaak met de schaar.
Dat in gedachte en toch ook duidelijk emotioneel verwarde gespleten puntjes, zorgden ervoor dat ik gisteren mijn wachttijd vulde met het knippen van mijn haren. Of toch de onderste paar centimeters ervan.
Het was een spannende dag. Vroeg wakker en kriebels in de buik die me – lang voor mijn wekker afging – spontaan deden opspringen uit mijn bed. De woorden die mijn lieve vrienden de afgelopen week tegen mij hadden gezegd, bleven zich herhalen in mijn hoofd. “Het plezier van de dingen zit hem vaak ook wel in de daadkracht.” had vriend S. (die vandaag trouwens jarig is, hip hip hoeraaaa!!) gezegd. “Hulp vragen is niet erg, Beyoncé was ook niet meteen Beyoncé. Die had eerst haar vriendinnetjes van Destiny’s Child.” zei vriendin E. Wijze woorden, slimme vrienden. Het is fijn om omringd te zijn door mensen die je dapper doen voelen.
Toen mijn haar klaar was, bedacht ik me dat ik me voor de gelegenheid wel kon verkleden. Een Power Outfit! Pow pow!! Hemdje strijken, juiste blazer, chique broek, stevige cowboyboots voor eronder, geluksoorbelletjes in mijn oren en mijn haren gekamd en in een chignon naar boven gedraaid. Klaar.
De eindeloze regen zorgde wel wat voor een eh Survivor-gevoel, het was allemaal deel van de ervaring. Vriend S. stond me al op te wachten, enthousiast zoals altijd en “nee hoor, ik ben hier nog maar net” ook zoals altijd. Had ik niks over het hoofd gezien? Was alles oké? Waar zouden mijn slingers het mooist tot hun recht komen?
Alleen maar goeie vibes leidden tot het volgende deel.
Opnieuw door de regen, een warme vergaderzaal binnen, “mevrouw V komt voor haar contract.” De Power Outfit had gewerkt: ik was mevrouw V – niet juffrouw of meisje, ik zag eruit als een echte mevrouw. Kribbeltje hier, parafje daar, en vriend S. die me toefluisterde dat ik er heel professioneel uitzag met die papieren en pen in mijn handen. Zo voelde ik me ook; één van mijn betere theaterervaringen naast het podium.
Nadien jolig als een klein kind: IK GA VERHUIZEN!!! Joepiiiiiiee!! Woehoehoooee!!

IMGP1453
Ja en zo ziet mijn nieuwe kasteel eruit. Ongeveer.

Valentijn

Vanmorgen bij de Delhaize.
Ik sta aan te schuiven aan de kassa waar een man werkt waarmee ik ooit wel eens een klein conflictje heb gehad. Ik weet niet of hij het zich nog herinnert, maar sindsdien is hij altijd wel best vriendelijk. Terwijl hij wacht op de betaling van de vorige klant, begint hij mijn producten op de band wat te sorteren. Ik vind dat een beetje bizar, maar glimlach en bedank hem daarvoor.
Pip, pip, pip. Hij begint mijn boodschappen te scannen en zegt: “Ah Valentijn, dat vind ik nu eens de rottigste dag van het jaar!”
Ik laad mijn boodschappen in en vraag hem: “Ah ja?”
Hij zegt: “Ja, als ge alleen zijt, dan is dat écht een rotte rotte dag hoor!”
Ik zei: “Ah, ik ben ook alleen, maar ik krijg straks een vriendin op bezoek en we gaan samen pannenkoeken eten, dus voor mij is Valentijn vandaag best oké.”
Hij knikt en zegt dat dat inderdaad best goed klinkt. “Ik denk dat ik te veel werk om een lief te kunnen vinden.”
Ik zeg hem dat hij toch net op een plek werkt waar hij veel mensen tegenkomt en kan leren kennen, niet?
Hij antwoordt streng en nogal luid: “Nee nee nee nee!! Dat doe ik niet!! Werk en privé moeten gescheiden blijven! Echt! Nee, serieus, dat gaat niet gebeuren!… Met de kaart, mevrouw?”
Ik betaal, met de kaart dus, wens hem nog een fijne dag en stap wat verbaasd buiten.
Ik heb nog nooit zo’n privé-gesprek gehad met iemand bij de Delhaize.

IMGP1372